printversie
banner OR Online
topfoto
dinsdag 17 november 2009
----------
 
nieuwsbrieven 2009
 
nr 44 / 16 november 2009
nr 43 / 9 november 2009
nr 42 / 2 november 2009
nr 41 / 26 oktober 2009
nr 40 / 19 oktober 2009
nr 39 / 12 oktober 2009
nr 38 / 5 oktober 2009
nr 37 / 28 september 2009
nr 36 / 21 september 2009
nr 35 / 14 september 2009
nr 34 / 7 september 2009
nr 33 / 31 aug. 2009
nr 32 / 24 aug. 2009
nr 31 / 17 aug. 2009
nr 30 / 10 aug. 2009
nr 29 / 3 aug. 2009
nr 28 / 27 juli 2009
nr 27 / 20 juli 2009
nr 26 / 13 juli 2009
nr 25 / 6 juli 2009
nr 24 / 29 juni 2009
nr 23 / 22 juni 2009
nr 22 / 15 juni 2009
nr 21 / 8 juni 2009
nr 20 / 25 mei 2009
nr 19 / 18 mei 2009
nr 18 / 11 mei 2009
nr 17 / 4 mei 2009
nr 16 / 27 april 2009
nr 15 / 20 april 2009
nr 14 / 6 april 2009
nr 13 / 30 maart 2009
nr 12 / 23 maart 2009
nr 11 / 16 maart 2009
nr 10 / 9 maart 2009
nr 9 / 2 maart 2009
nr 8 / 23 februari 2009
nr 7 / 16 februari 2009
nr 6 / 9 februari 2009
nr 5 / 2 februari 2009
nr 4 / 26 januari 2009
nr 3 / 19 januari 2009
nr 2 / 12 januari 2009
nr 1 / 5 januari 2009
Nieuwsbrieven 2008
Nieuwsbrieven 2007
nieuwsbrieven 2006
Nieuwsbrieven 2005
Nieuwsbrieven 2004
Nieuwsbrieven 2003
Oudere Nieuwsbrieven
[SERVICE] = e-nieuwsbrief
+ discussieer mee
+ deskundig advies
+ actuele vragen
+ checklisten
+ nuttige adressen
[NASLAG] + OR en pvt
+ wetten en regels
+ management
+ p en o
+ arbo en milieu
+ begrippenlijst
[OR-SHOP] + OR-literatuur
+ adviseurs
+ accomodatie
+ OR-promotie
+ cursussen
+ software
[COLOFON] + profiel
+ sitemap
+ abonnement
+ adverteren
+ contact
+ voorwaarden
homeservicee-nieuwsbriefnieuwsbrieven 2009

Maandag 9 november 2009, jaargang 13 editie 43



Europese bedrijven voorspellen dat ontslagen zullen afnemen

© Watson Wyatt (9 november 2009)

Volgens een onderzoek van adviesbureau Watson Wyatt voorspellen Europese bedrijven dat het percentage ontslagen de komende 6 maanden langzaam zal afnemen.

Uit het onderzoek  - met meer dan 700 Europese deelnemers - blijkt dat 47 procent van de bedrijven de afgelopen 6 maanden vaste werknemers heeft moeten ontslaan, terwijl 30 procent verwacht dit de komende 6 maanden te moeten doen. Zo begint ook de personeelsstop langzaam maar zeker terrein te verliezen. Zo'n 60 procent van de bedrijven kende het afgelopen half jaar een personeelsstop. Slechts 38 procent van de respondenten verwacht dit de komende tijd te zullen voortzetten.

Echter, het patroon verschilt per land. Zo denkt 45 procent in landen als Ierland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk dat de reductie van vast personeel de komende 6 maanden zal doorgaan. Uit het onderzoek blijkt eveneens dat een hoog percentage (40 tot 45 procent) van bedrijven in bepaalde sectoren verwacht nog werknemers te moeten ontslaan. Dit zijn met name de auto-industrie, financiële dienstverlening en telecommunicatie. Daarentegen blijken de energie en farmaceutische industrie relatief veilige havens voor werknemers.

Salarisbevriezingen beginnen ook te ontdooien. In een zelfde onderzoek van Watson Wyatt uit juni, gaf 70 procent aan salarissen te bevriezen. Nu is het percentage dat een salarisbevriezing kent, of dit de komende 12 maanden verwacht te doen, gedaald tot 57 procent. Van de 47 procent van de organisatie die een salarisbevriezing kennen, hebben vier van de tien bedrijven nog niet besloten of ze deze in 2010 gaan opheffen of niet.

De snelheid en diepte van de crisis kenmerkt zich in de mate waarin ontslagen en salarisbevriezingen zijn toegepast, maar de gangbaarheid van deze maatregelen lijken in 2010 aanzienlijk af te nemen, zegt Sven Slavenburg, Practice Leader Human Capital Consulting bij Watson Wyatt.

Eén gevolg van de recessie is de wijdverspreide bedrijfsherstructurering. Het afgelopen half jaar heeft 58 procent van de respondenten aanzienlijke wijzigingen doorgevoerd. Voor de komende maanden verwacht nog eens 56 procent dit de komende maanden te zullen doen. Deze herstructureringen zijn het meest voorkomend in Ierland, Italië, Rusland, Verenigd Koninkrijk en Zwitserland.

Echter, in het onderzoek staat dat ondanks de aanzienlijke herstructureringsprogramma's veel bedrijven geen veranderingen hebben doorgevoerd in functies en de vastlegging daarvan.

"Veel bedrijven in Europa hebben interne herstructureringen gerapporteerd om hun organisatie af te stemmen op de nieuwe economische realiteit", zegt Slavenburg. "Bedrijven hebben nu de gelegenheid om in deze periode van relatieve stabiliteit hun aandacht te vestigen op het implementeren van deze veranderingen in functies, beloning, talent en werknemersbetrokkenheid om de samenhang tussen mensen en de bedrijfsvoering te verbeteren".
Watson Wyatt zegt dat bedrijven die hun business model en bedrijfsprocessen veranderen er op moeten letten dat ze deze veranderingen volledig doorvoeren in de organisatie in termen van functiebeschrijvingen en verantwoordelijkheden. Het is cruciaal dat organisaties ervoor zorgen dat functieverantwoordelijkheden, vaardigheden en competenties steeds worden afgestemd op de business. Functies die niet zijn herzien en misschien de aansluiting met de business missen, leiden tot inefficiëntie, een gebrek aan focus en ongemotiveerde werknemers.

"Nu de recessie ten einde begint te lopen, zullen organisaties proactief moeten handelen en ervoor zorgen dat hun personeelsbeleid in staat is om op een aantrekkende economie in te spelen. Salarisbudgetten zullen weliswaar nog krap zijn en werknemersbetrokkenheid laag, maar getalenteerde werknemers zien hun kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk verbeteren." aldus Slavenburg.

Watson Wyatt  is de vertrouwde business partner van toonaangevende organisaties op het gebied van financiële en personeelskwesties wereldwijd.


Personeelsbeleid door crisis belangrijker dan MVO

© P&O Actueel (5 november 2009)

De economische crisis heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen naar de achtergrond gedrukt bij de HR-managers. Ondernemingen richten zich vooral op de personele kanten van de organisatie.

Lees verder op de site van P&O Actueel.


Goed sociaal klimaat en lichter werk stimuleren langer doorwerken

© TNO (5 november 2009)

Een goed sociaal klimaat op het werk en lichter werk stimuleren oudere werknemers om langer door te werken. Dit blijkt uit het TNO-onderzoek naar oudere werknemers en langer doorwerken dat is uitgevoerd met subsidie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Sociaal klimaat
Voor werknemers van 45 jaar en ouder draagt een goed sociaal klimaat op het werk bij aan langer doorwerken. Intern ongewenst gedrag van collega's of leidinggevende, zoals pesten of intimidatie verlaagt de motivatie om door te werken tot het 65e levensjaar. Sociale steun van de leidinggevende verhoogt het vermogen om door te werken in de huidige functie. Bovendien vergroten intern ongewenst gedrag en gebrek aan sociale steun van collega's de kans op voortijdige uitstroom uit werk naar een uitkering (WW, WIA). Investeringen van werkgevers en werknemers in een goed sociaal klimaat op het werk zijn dan ook wenselijk om oudere werknemers te stimuleren om langer door te werken.

Werkaanpassingen
Een aanzienlijk deel (40%) van de werknemers van 45 jaar en ouder geeft aan dat lichter werk ertoe kan bijdragen dat zij hun werk langer voortzetten. Bovendien verminderen lichamelijk zwaar werk en hoge taakeisen het vermogen om tot het 65e levensjaar door te werken in de huidige functie. Ook in emotioneel belastende beroepen zoals zorgverlener of docent geven oudere werknemers vaak aan dat zij niet tot hun 65e kunnen doorwerken. Werkaanpassingen die het werk minder zwaar maken kunnen daarom bijdragen aan het langer doorwerken van oudere werknemers.

Dergelijke werkaanpassingen zijn vooral van belang voor werknemers met gezondheidsklachten. Werknemers die vermoeid zijn door hun werk
(burnout) willen en kunnen niet tot hun 65e doorwerken en lopen een groter risico om voortijdig uit te stromen naar een uitkering. Ook een matige of slechte algemene gezondheid en een arbeidshandicap beperken het vermogen om langer door te werken. Het is daarom van belang dat werkgevers en werknemers zich inzetten voor het bevorderen van de gezondheid van werknemers en zoeken naar passend werk voor werknemers met een gezondheidsbeperking.

Onderzoeksrapport
Dit zijn enkele conclusies uit het onderzoek naar oudere werknemers en langer doorwerken dat TNO onlangs heeft uitgevoerd met subsidie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het onderzoek geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen:
1. In hoeverre willen en kunnen ouderen doorwerken tot hun 65e levensjaar?
2. Welke factoren beïnvloeden de uitstroom van ouderen uit arbeid?
3. Welke instrumenten zetten bedrijven in om oudere werknemers te behouden?


Mannen en vrouwen bijna gelijk

© Abvakabo FNV (5 november 2009)

Het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen wordt steeds kleiner. Deze conclusie komt uit de Beloningsmonitor 2009/2010 van HR-dienstverlener ADP, adviesbureau Berenschot en Springer Uitgeverij.

Dat het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen kleiner wordt, is verheugend nieuws. Waardoor die ongelijkheid juist nu langzaam maar zeker wordt ingelopen, is Berenschot niet duidelijk. "Zeker naarmate de functie hoger wordt, wordt het onderscheid steeds kleiner. Als deze trend zo doorzet, zou het salarisverschil tussen de seksen binnen enkele jaren verdwenen moeten zijn."

2008
Uit de jaarlijkse Beloningsindex 2008 van adviesorganisatie Mercer en salarisadministrateur ADP, bleek al dat vrouwen in 2007 nog gemiddeld
18 procent minder verdienden dan hun mannelijke collega's in precies dezelfde functies. Vorig jaar was dat verschil teruggelopen naar 11,8 procent.

Er waren vorig jaar grote uitschieters te zien waarbij vrouwen een hogere salarisverhoging krijgen dan gemiddeld. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de vrouwelijk assistent-boekhouders. De vrouwelijk junior-consultant en de marketing-manager stonden in 2008 op de tweede en derde plaats van grootste loonstijgingen voor vrouwen.


Slechts helft Europese bedrijven heeft crisisplan

© Burson-Marsteller BV (6 november 2009)

Burson-Marsteller, wereldwijd adviesbureau voor public relations en communicatie, maakt vandaag een onderzoek bekend naar de crisisparaatheid van bedrijven. Hoewel 60% van de ondervraagde beleidsmakers al eens een crisis heeft meegemaakt en meer dan de helft daarvan in het afgelopen jaar een crisis heeft ervaren, heeft op het moment slechts 53% een crisisplan doorgevoerd, zo blijkt uit het onderzoek.

Uit het onderzoek komt echter ook naar voren dat de bedrijfsleiders het er over het algemeen mee eens zijn dat een crisis een grote bedreiging vormt voor de goede naam van een onderneming. Als een onderneming goed is voorbereid, kan deze in vergelijking met een onderneming die niet is voorbereid, bijna een derde van de gemiddelde kosten besparen die nodig zijn om weer uit de crisis te komen. Dit komt met name omdat de hersteltijd van de crisis dan korter is.

Een van de bevindingen van het onderzoek is verder dat ondernemingen zonder crisisplan doorgaans harder worden getroffen in hun omzet dan bedrijven die wel paraat zijn. Andere gevolgen van een crisis zijn onder meer dalende aandelenkoersen, verlies van de goede naam, verlies van vertrouwen bij de media en/of het publiek, en rechtszaken die worden aangespannen door individuele personen of groepen. "Dit nieuwe onderzoek laat zien dat crisisparaatheid direct invloed heeft op de resultaten van een onderneming. Wij werken op vele niveaus samen met onze klanten om hen te helpen in de omgang en communicatie met de vele belanghebbenden als een crisis toeslaat en met de vraag hoe een evidence-based aanpak voor crisiscommunicatie moet worden ingevoerd", aldus Jeremy Galbraith, CEO van Burson-Marsteller Europa, Midden-Oosten en Afrika (EMEA).

Het onderzoek is gepresenteerd op een bijeenkomst van crisiscommunicatiedeskundigen die door Burson-Marsteller in Londen op 4 november werd georganiseerd. 60 senior communicatieleiders van grote internationale ondernemingen uit de gehele EMEA-regio kwamen bijeen met crisisdeskundigen om inzichten en ervaringen over crisis- en risicobeheer uit te wisselen. De belangrijkste spreker op de bijeenkomst was Michael Chertoff, voormalig minister van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse veiligheid, en voorzitter en bestuurshoofd van de Chertoff Group, een adviesbureau voor beveiliging en risicobeheer.

"De kostbaarste misrekening die een bedrijf vandaag de dag kan maken, is om na te laten te investeren in zijn eigen crisisparaatheid", aldus voormalig minister Chertoff. "Sommige crises zijn onvermijdelijk, maar door een grondige planning en voorbereiding kan de mogelijk zeer ondermijnende bedrijfsneergang in grote mate worden beperkt. Bedrijven die wel investeren in de voorbereiding op een crisis, zullen uiteindelijk beter in staat zijn om te reageren en zullen zich sneller herstellen dan hun concurrenten."

"In een tijd van onzekerheid, met een voor ondernemingen steeds complexere omgeving van belanghebbenden en een als gevolg van de digitalisering en globalisering steeds hogere snelheid waarin dingen zich voltrekken, is crisisparaatheid belangrijker dan ooit. Met crisisteams voor risicobeoordeling, planning en training kunnen bedrijven hun risico's beheren, hun vertrouwenskapitaal beschermen en de negatieve gevolgen voor hun resultaten beperken", zo stelt Anders Bylund, hoofd van de crisispraktijk EMEA bij Burson-Marsteller.


Deeltijdpensioen verzacht pijnlijke verschuiving AOW

© Aegon (6 n6 ovember 2009)

Zes op de tien Nederlanders overwegen in de laatste jaren van hun werkzame leven met deeltijdpensioen te gaan. Dat blijkt uit een onderzoek dat pensioenverzekeraar AEGON heeft laten verrichten. Vooral oudere werknemers hebben de pensioenleeftijd de afgelopen jaren vooruit zien schuiven. Deeltijdpensioen maakt het de werknemer mogelijk om op oudere leeftijd minder te gaan werken. Een klein deel van het pensioen wordt daar alvast voor opgenomen. Het kan daarmee de pijn van de verhoogde AOW-leeftijd verzachten.

Het onderzoek is uitgevoerd door TNS NIPO onder werknemers van 45 jaar en ouder die een pensioenregeling bij een pensioenfonds of een verzekeraar hebben. De centrale vraag was in welke mate ze bereid zijn langer door te werken. Opvallend is dat alle AOW-verhogingen ten spijt de wens om eerder te stoppen nog steeds aanwezig is. Slechts 9 procent van de werknemers wil langer doorwerken dan 65 jaar. De belangstelling voor deeltijdpensioen is hoog. Een favoriet scenario onder de werknemers is om op je zestigste één dag in de week te stoppen met werken.

Gemotiveerde werknemers
Ook werkgevers zullen het deeltijdpensioen omarmen, denkt AEGON. "Oudere werknemers die wat minder gaan werken, blijven langer gemotiveerd en gezond", zegt Jeroen de Munnik, directielid van AEGON Nederland. "Werkgevers hebben baat bij gemotiveerde werknemers met ervaring. Bovendien nemen voor hen de loonkosten af zodra iemand voor een deel met pensioen gaat."

Financiële consequenties
Uit het onderzoek blijkt trouwens ook dat àls werknemers aarzelen over deeltijdpensioen, ze dat vooral doen omdat ze de financiële consequenties moeilijk kunnen overzien. De Munnik verwacht dat online ondersteuning en begeleiding via internet uitkomst zal bieden. "Je kunt dan eenvoudig van tevoren uitrekenen wat het kost om op een bepaalde leeftijd voor een bepaald percentage met pensioen te gaan. Dat verschilt per individu en hangt samen met wat iemand tot nu toe heeft opgebouwd."

Verschraling pensioen
Het onderzoek is een herhaling van een onderzoek van zes jaar geleden. Vergeleken met 2003 is het pensioenlandschap de afgelopen jaren verschraald. Was in 2003 bijna de helft van alle pensioenregelingen gebaseerd op het laatstverdiende loon, nu is dat geslonken tot 16 procent. Ook moeten werknemers vaker en meer bijdragen aan de kosten van het pensioen.

Onbekendheid pensioen
Een op de vier werknemers heeft geen idee in wat voor pensioenregeling ze zitten. Uit het onderzoek blijkt verder dat liefst twee derde van de werknemers denkt na een levenlang werken minstens zeventig procent van het laatstverdiende loon te krijgen. Dat is in de praktijk maar zelden het geval. "Wij maken ons zorgen over de onbekendheid bij werknemers", zegt De Munnik. "Zeker als je bedenkt dat in dit onderzoek mensen van boven de 45 jaar zijn geïnterviewd, mensen van wie je dus mag verwachten dat ze zich iets bewuster zijn van hun oudedagsvoorziening dan een beginnend werknemer van bijvoorbeeld 21."

Helder en eenvoudig
Jeroen de Munnik vindt dat mensen moeten blijven nadenken over hun inkomen op latere leeftijd. "Pensioen is een lastig onderwerp en de veranderingen volgen elkaar zo snel op, dat ik me goed kan voorstellen dat het mensen wel eens duizelt. Ik denk dat als wij in staat zijn om onze klanten op een heldere en eenvoudige manier hun individuele pensioensituatie en het belang van een goede pensioenvoorziening duidelijk kunnen maken, de belangstelling daarvoor toeneemt. Daar zijn we hard mee bezig."


SAMENVATTING van het onderzoek

Eindloonregeling verdwijnt langzamerhand
Bijna alle werknemers uit dit onderzoek hebben een pensioenregeling via de werkgever. Sinds 2003 zijn de eindloonregelingen afgenomen en heeft men vaker een middelloonregeling. Men is daarbij vaker zelf gaan sparen voor de oude dag. Het pensioenbewustzijn is laag. Nog steeds weet een kwart niet wat voor pensioenregeling hij/zij heeft.

70% van het laatstverdiende loon?
Het pensioenniveau wordt overschat. Bijna 2/3e van de werknemers denkt na pensionering 70% of meer van het laatstverdiende loon over te houden.

Nog niet overtuigd van de noodzaak pensioenleeftijd te verhogen
Het verdwijnen van de vroegpensioenen en de discussie over het verhogen van de pensioenleeftijd hebben effect. De gemiddelde leeftijd waarop men denkt te stoppen met werken is gestegen van 61 naar 63 jaar. Desalniettemin wil bijna iedereen eerder stoppen met werken in plaats van langer doorwerken. Een verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar zal een ingrijpende verandering zijn.

Interesse in deeltijd werken licht gestegen, maar liever eerder stoppen met werken
Er is een lichte toename in de bereidheid langer door te werken in deeltijd, maar nog steeds wil een meerderheid (61%) stoppen met werken zodra het kan. Ook bij flexibilisering van de AOW is slechts 9% van plan langer dan z'n 65e jaar door te werken.

Belangstelling deeltijdpensioen blijft hoog
De belangstelling voor het deeltijdpensioen is iets lager dan in 2003, maar nog steeds hoog. 51% zou het overwegen, 7% zou er zeker gebruik van maken.

De leeftijd waarop men kan stoppen met werken is de belangrijkste drijfveer. Deeltijdpensioen lijkt een geschikt middel om langzaam af te bouwen en te wennen aan de tijd na pensionering. De financiële gevolgen voor de pensioenopbouw zijn echter een grote barrière.

Financiële crisis maakt onzeker
Opmerkelijk genoeg is er ondanks de huidige financiële crisis meer vertrouwen in het Nederlandse pensioenstelsel dan in 2003. Dat wil niet zeggen dat men onbezorgd de toekomst tegemoet ziet: 32% maakt zich wel degelijk zorgen om het Nederlandse pensioenstelsel. Van hen denkt ruim twee derde later met pensioen te kunnen dan gepland en bijna drie kwart denkt dat de crisis gevolgen heeft voor wat zij sparen voor de oude dag. Vooral regelingen of verzekeringen waarbij de uitkering aan het eind niet vast staat, scheppen onzekerheid.

ACHTERGROND bij het onderzoek

Onderzoeksvragen

  • Hoe groot is de bereidheid om langer door te werken (dan op dit moment voorzien)?
  • Wat is het oordeel over het concept 'deeltijdpensioen'?
  • Waar ligt de grootste gevoeligheid: startdatum, deeltijd-percentage of leeftijd geheel stoppen?
  • Kennis en perceptie eigen pensioen en pensioenstelsel

Onderzoeksopzet

  • Doelgroep: werknemers van 45 - 65 jaar die minimaal 4 dagen per week werken
  • Online ondervraging (15 - 20 minuten)
  • Onder leden van een consumentenpanel
  • Veldwerkperiode: 13 augustus - 20 augustus 2009
  • Netto steekproef: 526 personen


Bedrijven moeten in 2010 hun werknemers gaan stimuleren om de fiets te pakken

© FNV Sport (7 november 2009)

Met een toename van één procent meer regelmatige woon-werkfietsers, besparen werkgevers al 27 miljoen euro aan verzuimkosten.

Dat stellen het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) en de Fietsersbond. Ze presenteren vandaag een grote landelijke campagne om het gezonde fietsen te promoten. Uit onderzoek blijkt dat regelmatig fietsen niet alleen leidt tot een lagere kans op vroegtijdig overlijden, maar ook tot een lager risico van hart- en vaatziekten en kanker. Het fitheidniveau van fietsende werknemers komt overeen met het fitheidniveau van vijf jaar jongere collega's, en voor regelmatige fietsers ligt dit zelfs op tien jaar jonger.

Prins Pieter-Christaan onthult vandaag de naam van de campagne tijdens het congres van NISB in Ede. "Volgend jaar is een heel speciaal jaar", licht voorzitter Hugo van der Steenhoven van de Fietsersbond toe. "De Giro d'Italia start in Amsterdam en de Tour de France in Rotterdam.
Alles staat al in het teken van fietsen, dus wij hebben 2010 omgedoopt tot fietsjaar. Er wordt al heel veel gefietst in Nederland, maar er is ook nog veel te winnen. Veel Nederlanders bewegen namelijk nog steeds te weinig." Fietsen is bovendien een goede manier om overgewicht te voorkomen. Op allerlei mogelijke manieren wordt volgend jaar geprobeerd alle Nederlanders op de fiets te krijgen. Drie ministeries (Volksgezondheid, Verkeer en VROM) hebben al steun toegezegd en ook een tiental landelijke organisaties als de ANWB, de OV-fiets en sportkoepel NOC*NSF.

Daarnaast wordt veel aandacht geschonken aan fietsen naar het werk. Op dit moment fietst 25 procent van de werknemers regelmatig naar de werkplek, vaak gaat het om afstanden korter dan 7,5 kilometer. Dat moet 28 procent zijn in 2012. "Dat is mogelijk, denken wij, omdat werkgevers vaak niet weten wat ze allemaal kunnen doen om fietsen te promoten", aldus Van der Steenhoven. "Zo mogen ze werknemers een vergoeding van 19 eurocent per gereden kilometer betalen. Ook willen we ze stimuleren om een fietsplan op te stellen, waarmee ze hun personeel voordelig een fiets kunnen aanbieden."


Unilever toont internationaal maatschappelijke verantwoordelijkheid

© FNV Bondgenoten (4 november 2009)

Na protesten van werknemers en consumenten heeft Unilever in Londen een sociaal akkoord ondertekend met de mondiale vakbondsfederatie in de voedingsindustrie (IUF).

Hiermee committeert het concern zich om de wereldwijde gevolgen van uitbesteding en flexibilisering van arbeid in te dammen. De IUF had bij het Nationaal Contact Punt voor naleving van de Oeso-gedragsregels voor multinationals een klacht ingediend over Unilever's handelwijze in Pakistan.

Tweehonderd tot nu toe rechteloze uitzendkrachten in Pakistan krijgen
- met terugwerkende kracht per 15 oktober - een vaste baan. Unilever stelt zich garant voor de correcte betaling van alle Lipton-theeverpakkers, ook de losse arbeidskrachten.

Via protestkaarten zetten werknemers en consumenten Unilever onder druk om zijn verantwoordelijkheid in Khanewal te nemen. In mei kregen bezoekers van de aandeelhoudersvergadering in Rotterdam een aanvullend jaarverslag in de hand gedrukt tijdens een actie van FNV Bondgenoten, FNV Mondiaal en de Landelijke India Werkgroep. Het 'erratum' was bedoeld om duidelijk te maken dat topman Paul Polman 'boter op zijn hoofd' had.
Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten, is blij met het akkoord dat Unilever met de IUF heeft gesloten. "Met aanzienlijk betere arbeidsvoorwaarden voor de werknemers in Khanewal zal de Lipton-thee een stuk lekkerder smaken."

In de Lipton-fabriek in Khanewal waar Unilever werk uitbesteedt aan een onderaannemer, werken honderden Pakistanen waarvan slechts tweeëntwintig met een vast contract. De meesten werden via een uitzendbureau als dagloner ingehuurd. Deze uitzendkrachten mochten geen lid zijn van een vakbond en betaling en afdrachten lieten vaak erg lang op zich wachten.

De uitzendkrachten, die alleen als ze 28 dagen per maand werkten het lage minimumloon in Pakistan konden verdienen, mochten niet samen over hun arbeidsvoorwaarden onderhandelen. Een lokaal actiecomité kwam tegen deze miskenning van internationaal erkende arbeidsrechten in verzet en kreeg het afgelopen jaar krachtige steun van de internationale vakbeweging.

Unilever wint prijs na prijs met zijn strategie om zich te profileren als maatschappelijk verantwoorde onderneming. De keerzijde van de medaille is dat de multinational overal hard op kosten bezuinigt. Dat gaat ten koste van werknemers die werkzekerheid en uitzicht op een leefbaar loon verliezen.


Eenderde corporatiebestuurders verdient meer dan eigen norm

© Woonbond (4 november 2009)

Ruim eenderde (34 procent) van de corporatiebestuurders verdient meer dan het maximum dat de sector in 2004 zelf heeft vastgelegd in de zogeheten Adviesregeling Izeboud. Van de bestuurders die toen al in dienst waren, verdient zelfs bijna driekwart (74 procent) te veel. De overschrijdingen zitten met name bij de middelgrote corporaties (tussen 1.800 en 10.000 woningen).

Dat blijkt uit een onderzoek van Aedes en de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW). Aedes-voorzitter Marc Calon wil korte metten maken met de hoge salarissen. We zijn zat van het gedoe. Degene die uit de pas lopen verpesten het voor de sector.
Dat moet afgelopen zijn, zei hij in het NOS-journaal van 3 november.
Daarom willen Aedes en VTW de salariscode versimpelen, maximeren en verplichten. De aangescherpte salariscode zou door de minister van Volkshuisvesting algemeen bindend moeten worden verklaard.

Met dit voorstel lopen beide verenigingen vooruit op een wetsvoorstel van minister Ter Horst (BZK), waarover nu een consultatieronde wordt gehouden. In de nieuwe wet zouden corporatiebestuurders onder de nieuwe Balkenendenorm komen te vallen. Hun salaris (inclusief pensioenpremie en onkostenvergoeding) zou dan niet hoger mogen zijn dan 226.229. Het maximum volgens de huidige Balkenendenorm ligt met 181.000 aanzienlijk lager. Volgens de Izeboudnorm zouden corporatiebestuurders op dit moment niet meer dan 232.000 mogen verdienen.

Volgens Woonbonddirecteur Ronald Paping is het voorstel van Aedes en VTW een stap in de goede richting. Ons uiteindelijk oordeel hangt af van een aantal zaken, die wij ook in zullen brengen in de consultatieronde. Positief is dat Aedes en VTW eindelijk inzien dat zelfregulering niet werkt. Dat moet zich vertalen in goede wettelijke kaders en handhaving. Bovendien vinden we de Izeboudnormen nog veel te hoog. De corporatiesector moet vallen onder het wettelijke beloningsmaximum en bij de normen moet rekening worden gehouden met de grootte van de corporatie. Tot slot zullen er forse stappen gezet moeten worden om beloningen die nu boven het maximum liggen omlaag te brengen.


Een ethisch en milieuvriendelijk beleid werkt als een magneet om werknemers te trekken

© Kelly Services (5 november 2009)

Als werknemers uit Nederland mogen kiezen waar ze werken, hebben zij een duidelijke voorkeur voor werkgevers met een goede reputatie op het gebied van ethiek en milieu. Dit blijkt uit de meest recente bevindingen van een internationale enquête over werkplekken.

Het onderzoek - uitgevoerd door Kelly Services, de wereldwijde marktleider op het gebied van personeel management services en Human Recources oplossingen - toont aan dat alle leeftijdsgeneraties zich meer aangetrokken voelen tot bedrijven die ethisch verantwoord en milieuvriendelijk handelen. Het verschil is echter dat de oudere werknemers, baby boomers (48-65jaar) en Generatie X (30-47jaar), hier kritischer naar kijken dan hun jongeren collega's van Generatie Y (18-29jaar).

Meer dan een derde van alle werknemers is bereid om een salarisverlaging of een degradatie te accepteren als zij kunnen werken voor een organisatie met een goede corporate reputatie. Het blijkt dat als werknemers voor een werkplek kunnen kiezen, voor hen bezorgdheid over ethisch gedrag zwaarder weegt dan de bezorgdheid over het milieu; dit geldt voor alle generaties.

De Kelly Global Workforce Index heeft de standpunten van bijna 100.000 mensen uit 34 verschillenden landen verkregen, waaronder Nederland.

Patricia Becker, Algemeen directeur Kelly Services Benelux zegt: "Werknemers willen niet alleen trots zijn op het werk dat ze verrichten, maar willen ook trots kunnen zijn op waar hun organisatie voor staat en hoe het wordt gezien door de gehele gemeenschap. Het geeft voldoening om een onderdeel te zijn van een organisatie die zich niet alleen richt op resultaten, maar ook op grotere sociale doelen."

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek:

  • 77 procent van de respondenten wil liever werken voor een organisatie die als ethisch en maatschappelijk verantwoord wordt beschouwd.
  • 63 procent wil liever werken voor een organisatie die als milieuvriendelijk wordt beschouwd.
  • 46 procent geeft aan dat zij bij de keuze van een werkplek, de reputatie van een organisatie wat betreft ethisch gedrag 'zeer belangrijk' vinden.
  • 34 procent zou bereid zijn om een minder belangrijke rol of een lager salaris te aanvaarden om te werken voor een voor een organisatie die milieu en gemeenschap hoog in het vaandel heeft staan.
  • Slecht 18 procent geeft aan dat bij de keuze van een werkplek, het beleid dat een organisatie voert tegen de opwarming van de aarde 'zeer belangrijk' is.

Er is een patroon te zien wat betreft toenemende bezorgdheid over ethisch en milieubewust handelen. Naarmate werknemers ouder worden, zijn baby boomers zich over het algemeen, meer bewust van sociale en ethische kwesties dan jongere werknemers.

Een totaal van 35 procent van de baby boomers zou bereid zijn minder te verdienen of een lagere functie te aanvaarden als zij zouden kunnen werken bij een sociaal verantwoordelijke werkgever, gevolgd door Generatie X en Generatie Y, beide met 33 procent.

"Bedrijven die een cultuur van sociale verantwoordelijkheid ontwikkelen, sturen een krachtige boodschap naar buiten over het type talent dat ze willen aantrekken en de organisatorische normen die ze willen ontwikkelen en onderhouden. Zij functioneren als benchmark over wat verwacht wordt en worden positief bekeken door potentiële werknemers, " concludeert Patricia Becker.

Kelly Services, Inc. is een wereldwijde marktleider op het gebied van personeel management services en Human Resources oplossingen. 


Werkgevers ervaren meerwaarde van divers personeel

© Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (3 november 2009)

Werkgevers in het midden- en kleinbedrijf met een gemengde etnische samenstelling van hun personeelsbestand ervaren economische meerwaarde. Dit blijkt uit een onderzoek van TNO dat in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het eerst ervaringen met etnische diversiteit in het mkb in de praktijk in kaart brengt. Staatssecretaris Jetta Klijnsma van SZW heeft het rapport ‘De meerwaarde van etnische diversiteit; goed voor de business’ vandaag aangeboden aan Loek Hermans, voorzitter van MKB-Nederland.

Lees verder op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.